Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

Negen punten waarom de NBV niet aanvaardbaar is

Nieuwe Bijbelvertaling

De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is een moderne vertaling
en verscheen in 2004. De vertaling is uitgebracht
door het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG)
en de Katholieke Bijbelstichting (KBS).

Bron

Dit artikel is geschreven door de heer L.M.P. Scholten en verscheen in het kwartaalblad StandVastig van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS), december 2004.

Negen punten waarom de NBV niet aanvaardbaar is

De Bijbel is niet zomaar een boek. Voor velen is het het boek van God, waarin Hij rechtstreeks tot hen spreekt. Dat boek ordent hun denken. Dat boek geeft hun leven perspectief. Aan dat boek vertrouwen zij met hun hele hebben en houden, bovenal met hun kostelijke ziel, zich toe. Boeken vertalen vereist altijd al zorgvuldigheid, maar bij de Bijbel geeft dit daar een extra dimensie aan. Hieraan moest ik denken, nu mij gevraagd is een beoordeling te geven van de Nieuwe Bijbelvertaling, die 27 oktober verschenen is.

De trefwoorden van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) zijn brontekstgetrouw en doeltaalgericht. Prachtig, maar de vraag is, wat er gebeurt wanneer deze twee principes op elkaar botsen. De keus van de NBV is dan duidelijk: Het dient altijd goed lopend, natuurlijk Nederlands te zijn.

Bij de Statenvertaling (en dat geldt ook nog in belangrijke mate van de NBG-1951 vertaling) heeft het brontekstgetrouw dan voorrang. Het is gezien het karakter van dit boek van het grootste belang, de oorspronkelijke tekst bij de overgang van de ene taal in de andere zo getrouw mogelijk te behouden voor de lezer. Niet de natuurlijkheid van het Nederlands was dan de maatstaf, maar het zo zorgvuldig mogelijk weergeven van de eigenheid van het bijbelse spreken. Hebraïsmen en graecismen werden meevertaald om maar zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke te blijven, ook al kreeg het Nederlands daardoor iets stijfs en onnatuurlijks.

Dat betekende ook concordant vertalen, dat wil zeggen voor een bepaald woord uit de brontekst in de doeltaal zoveel mogelijk één en hetzelfde woord gebruiken, ook als dat misschien strijdt met natuurlijk Nederlands.

De NBV heeft gestreefd naar gangbaar Nederlands. Maar we moeten er ons van bewust zijn, dat het hier om een niet-gangbare boodschap gaat, een boodschap van de Andere zijde. Om die passend weer te geven, hebben de Statenvertalers, indien nodig, zelfs nieuwe woorden gemaakt. Iedere vertaler in de zending weet daarvan.

Begrijpelijk

En nog een laatste vooropmerking. Eén van de doelstellingen van de NBV was, dat de vertaling ook voor een buitenkerkelijke lezer direct begrijpelijk diende te zijn. Dat is een loffelijk streven, maar daarbij dient wel bedacht te worden, dat de bijbelschrijvers – niet één uitgezonderd – zich richtten op mensen die al bekend waren met het geloof. Toen Paulus zijn brief aan de Romeinen schreef, dacht hij daarbij niet aan een willekeurige heidense Romeinse soldaat, maar aan een concrete gemeente van christenen. Alle bijbelboeken veronderstellen bij de lezers op zijn minst basiskennis van geloofszaken, ook Markus en Lukas. Het is overvragen, wanneer men van een vertaling iets anders verlangt.

Het is duidelijk, dat wie instemt met bovenstaande overwegingen de NBV reeds afgewezen heeft op haar uitgangspunten. Maar nu ligt het resultaat op tafel. We weten dat vertalen altijd het brengen van offers betekent. In het vertalen gaan onherroepelijk zaken verloren, maar daar staat weer winst tegenover, bijvoorbeeld van grotere leesbaarheid. De vraag is derhalve: Is wat in deze vertaling verloren is gegaan, echt onopgeefbaar?

Ik meen van wel, en wil dit laten zien op negen punten. Ik vergelijk daarvoor de NBV met de Statenvertaling, omdat ik daarmee altijd geleefd heb, maar bijna alles gaat ook op voor de mensen die vergroeid zijn met de NBG-vertaling van 1951. Er zouden natuurlijk meer punten te noemen zijn. Zeker zou een tiende punt gepast zijn geweest over de vraag van welke brontekst een bijbelvertaling dient uit te gaan. Met name voor het Nieuwe Testament is dat van belang, maar dit artikel zou dan te lang worden.

1 – Het Hebreeuwse taaleigen

In de NBV is de taal zonder het Hebreeuwse coloriet op menige plaats zo kaal en plat geworden. Theologisch kan ik bepaald niet door één deur met ds. Nico ter Linden, maar ik val hem bij waar hij heeft gewezen op Genesis 23. Het eerste vers is in de Statenvertaling een compleet en prachtig hebraïsme: ‘En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaar; dit waren de jaren des levens van Sara.’ Wat klinkt de NBV dan kil: ‘Sara leefde honderdzevenentwintig jaar.’ Punt uit! Sara sterft, Abraham beweent haar en dan vervolgt de Statenvertaling, letterlijk volgens het Hebreeuws: ‘Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijn dode.’ We zien het voor ons. Onvergetelijk teer. Wat heeft de NBV: ‘stond hij op, verliet de tent waarin zijn overleden vrouw lag’.

Jeremia 31:16: ‘Bedwing uw stem van geween en uw ogen van tranen’. Wat steekt de NBV daar koud bij af: ‘Huil niet langer, droog je tranen’.

Genesis 6:6b ‘En het smartte Hem aan Zijn hart’ is in de NBG vervangen door ‘zich diep gekwetst voelen’, hedendaags hulpverlenersjargon, maar op die plaats volstrekt niet passend.

In Ruth 1:6 hoort Naomi in de NBV, ‘dat de Heer zich het lot van zijn volk had aangetrokken en dat het weer te eten had’. Hier is niet meer duidelijk, dat God het volk weer te eten had gegeven, en bovendien wordt er in het Hebreeuws niet van eten gesproken, maar van brood. Dat had een vertaler nooit mogen verwaarlozen. Ruth is toch het boek van Bethlehem, het Broodhuis!

De mooie en duidelijke zegswijze ‘Het is u hard tegen de prikkels de verzenen te slaan’, Handelingen 26:14, is afgeplat tot ‘Je kwelt jezelf door je zinloze halsstarrigheid’.

De Statenvertalers hebben met hun herkenbaar Hebreeuws en Grieks idioom de lezer opgetrokken tot de tekst. De NBV-ers hebben de tekst af laten zakken naar het niveau van de lezer.

2 – Niet meer gangbaar?

In de tweede plaats noem ik woorden die uit de Bijbel verdwenen zijn omdat ze blijkbaar niet meer als gangbaar Nederlands worden beschouwd. Zo is goedertieren(heid) in het Nieuwe Testament overal goed(heid) geworden (bijv. 1 Petr. 2:3. Rom. 11:22). Afgezien van het feit dat goedertieren volgens Van Dale nog gewoon gangbaar is, heeft dit woord een meerwaarde boven goed: in goedertierenheid zit ook het element van barmhartigheid. Het woord ‘zalig’, van de zaligsprekingen in Mattheüs 5, is consequent vervangen door ‘gelukkig’. Daarmee is het eeuwigheidsperspectief eruit. ‘Innerlijk met ontferming bewogen worden’ heet nu ‘medelijden voelen’ (Matth. 9:36; 14:14).

Het begrip ‘vreze des Heeren’ is weergegeven als ‘ontzag voor de Heer’ of ‘eerbied voor de Heer’. Dat is maar één zijde van de vreze des Heeren. Er ligt in deze uitdrukking tegelijk ook vertrouwen. Daarom had zij zo gehandhaafd moeten blijven. Ontslapen is vervangen door sterven (Hand. 7:60. 1 Kor. 15:20), terwijl de gedachte aan een slaap zo heel duidelijk in de brontekst zit. Heil is redding geworden, ongerechtigheid werd onrecht of schuld, welbehagen is vervangen door wil of verlangen. Al deze termen zijn gestempeld door een bepaalde traditie. Hun vervanging betekent een verzwakte zeggingskracht. Moesten deze (volgens Van Dale allemaal nog gangbare) woorden nu echt geofferd worden voor het natuurlijk Nederlands?

3 – Nog wel heel gangbaar

Maar ook zeer bekende woorden zijn uit de Bijbel verdwenen, ik kan niet anders zeggen dan uit een kennelijke behoefte om tegen de traditie in te gaan. Zo is de melaatsheid vervangen door huidvraat, en hebben kribbe en herberg uit het Kerstevangelie plaats moeten maken voor voederbak en nachtverblijf. Wie randkerkelijken nog verder van de Bijbel wil vervreemden, moet vooral zulke correcties aanbrengen!

Veel schokkender in Lukas 2 is nog, dat de engel niet meer de geboorte aankondigt van ‘de Zaligmaker’, maar van ‘een redder’. Exegetisch bestaat er geen enkele noodzaak om de eeuwenoude vertaaltraditie op dit punt te verbreken. Een grote misslag is ook, bij het sterven van Christus te schrijven dat Hij ‘de laatste adem uitblies’ (Luk. 23:46, ook in Mark. 15:37, 39), in plaats van ‘de geest gaf’. Te onbegrijpelijker gelet op Christus’ eigen woorden in hetzelfde vers.

We begrijpen ook niet, waarom overbekende bijbelgedeelten die velen uit het hoofd kennen, zoals de zegenbede van Aäron, de Tien Geboden en het Onze Vader, ingrijpend veranderd moesten worden. Zo is het duidelijke ‘Gij zult niet begeren’ uit het tiende gebod veranderd in het zoveel zwakkere ‘Zet uw zinnen niet op het huis (enz.)’. In het Gebed des Heeren moet nu gebeden worden: ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben’. De Statenvertalers handelden zoveel zuiverder door de klassieke en letterlijke uitdrukking ‘ons dagelijks brood’ te laten staan en in een kanttekening bij ‘dagelijks’ uit te leggen: ‘Dat is, genoegzaam en nodig tot onderhoud van ons leven voor dezen dag, of: ons bescheiden deel’. Deze omschrijvende uitleg in de vertaling zelf verwerken geeft in een gebed een effect dat daarin totaal niet past.

4 - Concordant vertalen

Voor vergelijkende bijbelstudie is het van belang om kernwoorden uit het oorspronkelijke zoveel mogelijk met eenzelfde woord in het Nederlands te vertalen. Men noemt dat concordant vertalen. Het is ook een bewuste stijlvorm in de brontalen van het Oude en Nieuwe Testament, bepaalde woorden te herhalen binnen een perikoop, of ook wel binnen een heel bijbelboek. Dat accentueert iets. In de geschiedenis van de hoofdman van Kapernaüm doen de oudsten der Joden een goed woordje voor hem bij Jezus met de woorden ‘Hij is waardig, dat Gij hem dat doet’, Lukas 7:4. De hoofdman zelf zegt drie verzen later juist, dat hij zichzelf niet waardig acht. Blijkbaar was de dictatuur van het natuurlijk Nederlands zo sterk, dat vers 4 in de NBV veranderd is in ‘Hij verdient het’, waardoor de woordgelijkheid verloren is gegaan.

In de geschiedenis van de zalving van Saul tot koning (1 Samuël 9 en 10) komt twaalfmaal het werkwoord matsa’ (vinden) voor (9:4, 8, 11, 13, 20; 10:2, 3, 7, 16). Daar heeft de schrijver een bedoeling mee gehad. Hij gebruikt het soms zelfs geforceerd, in onnatuurlijk Hebreeuws (‘er vindt zich een geldstuk in mijn hand’). De NBV presteert het echter om matsa’ hier op zeven verschillende manieren te vertalen: 2x vinden, 2x tegenkomen, 2x aantreffen, 1x niet mislopen. Zelfs de ezelinnen zijn 3x niet ‘gevonden’, maar ‘terecht’. Men moet nu het Hebreeuws lezen om achter de bedoeling van de schrijver te komen, en dat is toch niet het doel van een vertaling.

5 - Tegenstrijdigheid

Er zit in de NBV een merkwaardige tegenstrijdigheid. Veel moeilijke woorden en verouderde zinswendingen zijn vervangen door hedendaags natuurlijk Nederlands, maar tegelijk is er een fors aantal nieuwe moeilijke woorden bijgekomen. De hoofdman over honderd heet nu centurio, stadhouder Pilatus prefect, de kamerling uit Morenland is een eunuch geworden. Dorkas maakt tunica’s in plaats van rokken, de sikkel werd een sjekel en in plaats van paasfeest spreken we nu van pesachfeest en van Christus als ‘ons pesachlam’ (1 Kor. 5:7). Dat is allemaal om de lezer duidelijk te maken, dat de Bijbel in een heel andere cultuur is ontstaan dan de onze. De vreemde woorden onderstrepen de kloof van eeuwen.

Maar dan snap ik het fanatisme niet, waarmee tegelijk geijverd is om ‘exclusief mannelijk taalgebruik’ zoveel mogelijk uit te bannen: de aanspraak ‘mannen broeders’ is veranderd in ‘broeders en zusters’ (Hand. 1:16; 2:29; 13:26, 38. Rom. 1:13. 1 Kor.1:10, 11, enz.), tot zelfs in Mattheüs 5:22 moest de broeder veranderd worden in ‘broeder of zuster’, en Handelingen 6:3 laat ons in de NBV geloven dat de vrouwen ook stemrecht hadden in de gemeente, voorvaderen worden voorouders (Jer. 11:10, vergelijk Deut. 19:14), mannen worden mensen (Jak. 1:12, 20; 3:2). Enerzijds wordt de cultuurkloof geaccentueerd, anderzijds wordt ze krampachtig weggedoezeld. Waarom niet eenvoudig erkend, dat de Bijbel in een patriarchale cultuur ontstaan is?

De NBV laat Sara in Genesis 18:12 spreken over Abraham als haar man, in plaats van haar heer zoals er in het Hebreeuws staat, waardoor het betoog van Petrus in 1 Petrus 3:5 en 6 onbegrijpelijk wordt. Overigens is dit vers uit vertaaloogpunt een dieptepunt in de NBV: ‘Zou de liefde voor mij dan nog weggelegd zijn? dacht ze.’

Onbegrijpelijk hoe men tot de ‘vertaling’ van Genesis 2:23 is kunnen komen: Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ Blijkbaar was de invloed van de feministische theologie in de NBV zo groot, dat de eerste woorden van de eerste mens die in de Bijbel staan, nu al meteen een belijdenis inhouden van het modernistische dogma van de gelijkheid van man en vrouw: ‘Eindelijk een gelijk aan mij’. Alleen, waar berust dit op? In elk geval niet op de grondtekst. De woorden ‘een gelijk aan mij’ zijn er door de vertalers bij gefantaseerd. Ze staan niet in de Hebreeuwse tekst. Dit moet de NBV-ers ernstig kwalijk genomen worden. Het tweede deel van het vers is voorts aanmerkelijk afgezwakt. Dat Eva ‘Manninne’ (zo is letterlijk het Hebreeuwse woord voor vrouw) genoemd wordt omdát zij uit de man genomen is, is in de vertaling weggelaten. Dat redengevend voegwoord is voor het rechte begrip hier wezenlijk.

6 – Theologische vooronderstellingen

Vertalen is kiezen. De keuze wordt onvermijdelijk mede bepaald door de theologische achtergrond van de vertaler. Het is schokkend, te merken dat het begrip bekering helemaal uit de Bijbel verdwenen is. Bekeren wordt in de NBV systematisch vertaald met termen als: tot inkeer komen (enkele voorbeelden uit Lukas: 10:13; 13:3, 5; 15:7, 10; 16:30; 24:47), berouw tonen (Hand. 8:22. Openb. 2:5b; 16:9), een nieuw leven beginnen (Hand. 13:24; 17:30; 19:4), anders gaan leven (Jona 3:8, 10), zijn leven beteren (1 Kon. 8:35), overgaan tot het geloof (Hand. 11:21). Het element van de totale ommekeer, dat duidelijk in het Hebreeuwse woord sjoeb zit, is weg. Dat is ingrijpend: de bekering weg uit de Bijbel!

Het begrip ‘geloven’, in de zin van tot het geloof komen, in het boek Handelingen, is doorgaans weergegeven met ‘het geloof aanvaarden’, wat een veel verstandelijker indruk maakt (bijv. Hand. 2:44; 4:32; 18:8), en ook wel met ‘tot het geloof overgaan’ (Hand. 11:21). Waarom is overigens in Markus 5:36 ‘geloof alleenlijk’ het laatste woord weggevallen? Waarom staat in Markus 10:15 ‘Wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God’? Openstaan is toch heel wat anders dan ontvangen (Grieks: dechomai)? Zijn we mis, wanneer we veronderstellen, dat achter zulke vertalingen heel andere gedachten over het werk van Gods Geest in het hart van de uitverkoren zondaar schuilgaan?

In dit verband verdient ook Romeinen 4 de aandacht. Wat betekent het, als er gesproken wordt van ‘gerechtvaardigd door het geloof’? Daar wijdt Paulus een heel hoofdstuk aan, met als kern het Schriftwoord uit Genesis 15:6 ‘Abraham geloofde in God en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid’. In de kanttekeningen op de Statenvertaling wordt dat toegelicht: Het woord rekenen of toerekenen wordt genomen voor iets op iemands rekening stellen. Abraham had van zichzelf geen gerechtigheid. Maar door het geloof op Gods beloften aangaande het zaad, waaronder inzonderheid Christus, heeft God hem uit genade de gerechtigheid van Christus toegerekend. Niet dat het geloof dit verdient of in zichzelf waardig is, gelijk enigen verkeerdelijk menen, maar omdat het geloof als een instrument is dat de gerechtigheid van Christus aanneemt. Aldus de kanttekeningen. Maar de NBV heeft van het geloof zelf een verdienende daad gemaakt, want Genesis 15:6 wordt zo weergegeven in Romeinen 4:3: ‘Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend’. Het wordt herhaald in vers 9 en vers 22. Maar de Heere rechtvaardigt geen gelovige mensen, maar goddelozen, zegt Paulus juist hier, in vers 5. Het geloof rechtvaardigt hen, niet omdat God ze hun geloof genadig toerekent als een daad van gerechtigheid, maar alleen omdat het geloof hen met Christus en Zijn gerechtigheid verenigt. Niet vanwege de dáád van hun geloof, maar vanwege het vóórwerp van hun geloof, Christus en Zijn gerechtigheid, worden zij gerechtvaardigd. Men leze Artikel 22 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en Zondag 23 van de Catechismus. In dit geloofsstuk waarmee de kerk staat of valt, is de NBV rechtstreeks in strijd met de belijdenis.

Het begrip ‘de zonde verzoenen’ is in de NBV weergegeven als de zonde wegnemen (Ps. 65:4), uitwissen (Deut. 32:43), tenietdoen (Jes. 6:7), vergeven (Jes. 22:14), en andere woorden van eenzelfde strekking. Maar het Hebreeuwse werkwoord legt een verband met het verzoendeksel op de verbondsark. ‘De zonde verzoenen’ veronderstelt een zoenoffer tot bedekking van de schuld. Mag zo’n essentieel gegeven in de vertaling wegvallen? Spreekt het woord ‘verzoenen’ in het Oude Testament dan niet van de noodzakelijkheid van verzoening door de offerande van de Middelaar?

Genesis 5:24 ‘Henoch wandelde met God, en hij was niet meer; want God nam hem weg’ luidt in de NBV nu: ‘Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam’. Het wonderbare van Henochs wegneming, dat zo kennelijk besloten ligt in de woorden ‘en hij was niet meer’ is op die manier wegvertaald. Hebreeën 11:5 laat er geen twijfel over bestaan, dat God Henoch tot Zich genomen heeft zonder sterven. Waarom heeft men zich dan niet gehouden aan de letterlijke Hebreeuwse tekst?

De NBV laat Petrus zeggen, dat God de gevallen engelen in de Tartarus geworpen heeft. Het Griekse woord dat hij in 2 Petrus 2:4 gebruikt, noodzaakt helemaal niet om aan te nemen dat Petrus in het bestaan van een dergelijk mythologisch oord geloofd heeft. Achter al deze vertalingen zitten theologische vooronderstellingen die op gespannen voet staan met het belijden van de kerk.

Ernstige vragen over de achterliggende theologie worden ook opgeroepen door de vertaling van Exodus 3:14: ‘Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toegestuurd.”’ De geleerden zijn het er wel over eens, dat de Godsnaam JHWH (‘Jehovah’) verklaard moet worden uit het Hebreeuwse werkwoord hajah (zijn). Deze Naam ziet op Gods eeuwigheid en onveranderlijkheid, Hij Die is en Die was en Die komen zal, Die gisteren en heden Dezelfde is en in der eeuwigheid. Zie ook de kanttekening SV op Genesis 2:8. De Heere openbaart hier aan Mozes in Zijn Naam, dat Hij zal zijn Die Hij geweest is en Die Hij nu is. Hij is de God der aartsvaders, de Onveranderlijke, de Getrouwe, Die Zijn volk niet begeven noch verlaten zal, omdat Hij altijd Zichzelf gelijk blijft. Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs, niet verteerd, Maleachi 3:6. Dat is de betekenis van ‘Ik zal zijn’. De NBV-ers hebben daar het woordje ‘er’ tussengevoegd. Dat lijkt een kleine taalkundige toevoeging, maar dat is het bepaald niet. De onveranderlijkheid Gods verdwijnt naar de achtergrond. ‘Ik zal er zijn’ betekent in het verband van de tekst: Daar waar Ik nodig ben, zal Ik zijn. De moderne theologie spreekt over een God Die Zich als God realiseert in relatie tot de mens. ‘Ik zal zijn’ en ‘Ik zal er zijn’, een wereld van verschil!

7 Christus-profetieën

Voor veel oudtestamentici geldt het als een naïeve misstap om te spreken van Christusprofetieën in het Oude Testament. Op dit punt gaapt er een kloof met de gemeenteleden die in de adventsweken graag horen preken over adventsteksten, zoals de moederbelofte en Jesaja’s profetie van de maagd die zwanger zal worden. Dat wordt met de NBV wel erg moeilijk. De kerk heeft in het beloofde vrouwenzaad van Genesis 3:15 altijd Christus gezien. De NBV vertaalt dit vers zo: ‘Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’ Hier is een keuze gemaakt. Door dat woordje ‘zij’ in het meervoud (niet brontekstgetrouw) wordt de christologische uitleg onmogelijk gemaakt.

Genesis 22:18 is in de traditie der kerk (en zie daarbij ook Handelingen 3:25) een profetie van de zegen voor de volken in Christus. In de NBV is ook dat weg: ‘Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jouw nakomelingen’. Niet om vertaaltechnische redenen, maar vanuit theologische vooronderstellingen.

Op vergelijkbare wijze hebben ook Deuteronomium 18:15 en Jesaja 7:14 en nog veel meer plaatsen hun karakter als heenwijzing naar de komst van Christus verloren. In de NBV zijn de twee genoemde teksten weergegeven als ‘Hij zal in uw midden profeten laten opstaan, profeten zoals ik. Naar hen moet u luisteren’ en ‘Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen’. Vergelijk dit met Handelingen 3:22 en Mattheüs 1:22 en 23! Ik heb begrepen dat vooral hierom de r.k. bisschoppen de NBV voor liturgisch gebruik afgekeurd hebben. Voor die beslissing is alle reden.

In Daniël 7:13 duidt Daniël de komende Messias aan als ‘Een als eens mensen Zoon’. In aansluiting aan deze tekst heeft Christus Zichzelf tientallen malen in de Evangeliën de Zoon des mensen genoemd. In de NBV is deze aansluiting niet meer te zien, want ter wille van het natuurlijke Nederlands lezen we nu in Daniël 7:13 van ‘iemand die eruitzag als een mens’.

NBV Lukas 1:27

‘Een zeer ernstige vertaalfout is gemaakt in Lukas 1:27.’

Een onbegrijpelijke en zeer ernstige vertaalfout is gemaakt in Lukas 1:27. Tweemaal wordt Maria in dit vers een ‘meisje’ genoemd, terwijl Lukas uitdrukkelijk in het Grieks het woord parthenos (maagd) gebruikt. Lukas sluit daarbij aan bij Jesaja 7:14, waar in de Griekse vertaling ook van parthenos gesproken wordt. Bizar is dat in de NBV parthenos in Mattheüs 1:23 wel met ‘maagd’ vertaald is, maar hier niet. En dat terwijl het verband met Jesaja 7:14 ook bij Lukas overduidelijk is, waar vier verzen verder de bewoordingen die de engel Gabriël gebruikt, letterlijk ontleend zijn aan Jesaja’s profetie. Gabriël kondigt in dit hoofdstuk twee geboorten aan die naar de mens gesproken onmogelijk waren. Zoals Lukas in vers 7 van Elisabet schrijft dat zij onvruchtbaar was, zo vermeldt hij in vers 27 nog nadrukkelijker dat Maria (niet zomaar een meisje, maar) maagd was.

8 - Jijjouwen

Tutoyeren (jijjouwen) moge in de omgangstaal gewoon zijn, maar in de Bijbel past het eenvoudig niet. Zolang onze koningin in de troonrede haar onderdanen met u toespreekt, komt het krom over, dat in de wetgeving in de woestijn de Israëlieten aangesproken worden met jou en jullie. Bovendien lijkt er in het tutoyeren in de NBV geen vaste lijn te zitten. Waarom bijvoorbeeld jullie tegen de discipelen en u tegen de farizeeën, maar in Lukas 7 jij en jou tegen Simon de farizeeër en u tegen de zondares? Dat God de Vader Christus ten aanhoren van een grote schare aanspreekt met jij en jou vind ik onbestaanbaar.

Jammer is de afschaffing van het woord ‘gij’ (bepaald nog niet uitgestorven en de beste aanspreekvorm in het gebed), de verdwijning van de gebiedende wijs meervoud en de rigoureuze uitbanning van de genitief (tweede naamval), ook in vaste verbindingen. Koninkrijk Gods en koninkrijk der hemelen klinkt veel natuurlijker en vloeiender dan het nu telkens herhaalde koninkrijk van God en koninkrijk van de hemel.

9 – Eerbieds(hoofd)letters

Over de weergave van de Godsnaam is al veel te doen geweest. Het is meer dan een gevoelszaak, dat wij de drie e’s van Heere niet in de Bijbel willen missen, ook al weten wij, dat de berijmers van 1773 daar al anders over hebben gedacht.

Ingrijpend is voorts het besluit om voornaamwoorden die betrekking hebben op God, Christus en de Heilige Geest met een kleine letter te schrijven. Ik weet, dat dit in vroeger eeuwen ook gebeurde, maar wij leven nu. Emotioneel grijpt dit bij velen diep in. De kleine letter wordt verdedigd met de ‘huidige tendens’ naar versobering van het hoofdlettergebruik, maar de NBV heeft zich hierin een voortrekkersrol aangemeten en draagt zo bij aan de verdere secularisering van de samenleving. De kerk heeft het zelf afgeschaft, zal er gezegd worden. Daar het ondenkbaar is dat de moskee volgt, zal dit in de media tot een bizar effect kunnen leiden!

(Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor het Friesch Dagblad en daarin (in verkorte versie) geplaatst 13 november 2004. In het beschikbaar gestelde recensie-exemplaar van de NBV ontbraken de inleidingen op de bijbelboeken, zodat we daarop niet hebben kunnen reageren.)

Terug

Naar top van deze pagina

Naar hoofdpagina Diverse vertalingen

© 2010-2015 getrouwevertaling.nl